Oprichting Vereniging Concordia

Tot 1870 kende Breda nauwelijks politieke tegenstellingen. De stad werd geregeerd door een eensgezinde elite. Maar geleidelijk aan kreeg ook de middenklasse, zoals elders in Nederland, politieke invloed. Vanuit die nieuwe middenklasse ontstonden nieuwe verenigingen, die veelal stoelden op een bepaalde geloofsovertuiging. In Breda leidde dit tot een verdeelde samenleving van katholieken en niet-katholieken. Hierdoor leden allerlei lokale initiatieven schipbreuk en had Breda nog steeds geen fatsoenlijke concert- en toneelzaal.

Voor een aantal vooruitstrevende burgers was dit aanleiding om een comité op te richten met als doel het bouwen van een schouwburg. Er werd grond gekocht aan het Van Coothplein, dat toen nog ‘Wapenplein’ heette. Het terrein kwam beschikbaar nadat de wallen van de stad waren gesloopt. De aankoop werd gefinancierd door middel van een lening in de vorm van 2500 aandelen van f 50,-, per stuk, die de Bredase burgers konden kopen. Nadat de financiering rond was, werd op 1 oktober 1880 de Vereniging Concordia (Latijn voor ‘Eendracht’) opgericht en kort daarna begon men met de bouw. In juli 1881 kreeg Breda zijn eerste schouwburg en Concordia werd een succes. Veel Bredase burgers werden lid van de vereniging en genoten van de muziekuitvoeringen, danspartijen en voorstellingen die er werden gegeven.